Nieuws

04 mei 2017, 09:40:00

MDL-arts drs. Paul Bus, Laurentius Ziekenhuis, werkt veel met het LSP: “…al zou het wel meer moeite kosten: het is in het belang van de patiënt!”

Steeds meer ziekenhuizen zijn aangesloten op het Landelijk Schakelpunt. Hoe het LSP in de dagelijkse ziekenhuispraktijk wordt gebruikt, bespraken we met drs. Paul Bus. Als Maag-darm-lever (MDL-)arts in het Laurentius Ziekenhuis in Roermond maakt hij er sinds een aantal jaren veelvuldig gebruik van. Met zijn enthousiasme weet hij ook steeds meer collega’s te motiveren om het Landelijk Schakelpunt te gebruiken.

Drs. Bus van het Laurentius Ziekenhuis in RoermondDrs. Paul Bus is binnen het Laurentius Ziekenhuis in Roermond, naast maag-darm-lever (MDL)-arts, ook voorzitter van de ICT-commissie. Vanuit die functie is hij betrokken geweest bij de uitrol van het nieuwe elektronisch patiëntendossier (EPD) in het ziekenhuis. Hij is geen lid van het CMIO-platform (Chief Medical Information Officer). Vanuit persoonlijke interesse vindt hij het leuk om met ICT bezig te zijn. Hij gelooft dat goede ICT voor hemzelf, als medicus, veel tijdwinst oplevert en zorgt voor meer nauwkeurigheid in de behandeling van patiënten.

Belang Ziekenhuis EPD en Landelijk Schakelpunt

Door de introductie van het ziekenhuis-EPD ontstaat er een veel beter en completer informatiebeeld voor de behandeling van de patiënt. Bijvoorbeeld inzicht in de medicatievoorschriften door collega-artsen die de patiënt behandelen. Daardoor kan de behandelend arts de medicatie beter op de patiënt afstemmen, medicatiebewaking doen en ongewenste interacties voorkomen. Daarnaast heeft hij inzicht in het complete behandelplan voor de patiënt. De arts is daardoor meer “in the lead” en minder afhankelijk van de (vaak onvolledige) informatie die hij van de patiënt zelf krijgt of van anderen, zoals de ziekenhuisapotheek. Goede interactie tussen de 1e en 2e lijn is mooi en komt de zorg voor de patiënt alleen maar ten goede.

De volgende, zeer belangrijke stap is om dit ziekenhuis-EPD met andere ziekenhuizen in Limburg te delen. Op dit moment is bepaalde specialistische zorg in Limburg namelijk verdeeld over verschillende ziekenhuizen. Hierdoor is het van groot belang de informatie ook tussen de ziekenhuizen te kunnen delen, want met bijvoorbeeld de ziekenhuizen in Venlo en Maastricht kan dat nu nog niet.

Drs. Bus was met het ziekenhuis voorheen aangesloten op uitwisselingsysteem OZIS en gebruikte huisartseninformatiesysteem Mira om voorschriften naar de apotheek te sturen. “Dat was super handig, voor zowel arts als patiënt.”

“De uitfasering van OZIS eind 2015 was eigenlijk een grote stap terug”, zegt drs. Bus. Dat was dan ook de aanleiding om de ICT-afdeling te pushen om het ziekenhuis aan te sluiten op het Landelijk Schakelpunt en om leverancier Chipsoft LSP-functionaliteit te laten inbouwen.

Hoe werkt het in de praktijk?

Op de polikliniek heeft een arts over het algemeen tien minuten per patiënt. Dan is het belangrijk om te weten wat er bij de patiënt speelt en welke medicijnen hij slikt. Via het interne ziekenhuis-EPD krijg je slechts een gedeelte van die informatie. Door het Landelijk Schakelpunt te bevragen ontstaat een completer beeld, omdat ook de medicatiegegevens van de huisarts en apotheek zichtbaar zijn.

Drs. Bus kost het werken met het Landelijk Schakelpunt persoonlijk weinig tijd. Hij heeft zijn assistente gemandateerd, die met haar persoonlijke UZI-pas dagelijks de gegevens opvraagt van de patiënten die op de agenda staan. ’s Ochtends selecteert de arts zelf de relevante gegevens en importeert hij de benodigde gegevens, met een druk op de knop in het dossier van de patiënt. Al met al kost het weinig tijd, mede dankzij de mandatering.

Drs. Bus bevraagt soms ook zelf het Landelijk Schakelpunt tijdens zijn spreekuur of als een huisarts belt over een patiënt. “Ook dat gaat tegenwoordig gelukkig heel snel.”

Niet alle collega’s zien het nut van het Landelijk Schakelpunt

En collega-artsen in het ziekenhuis? Vooral voor beschouwende artsen is het heel belangrijk om een zo compleet mogelijk beeld van patiënten te krijgen, zeker als ze verschillende geneesmiddelen naast elkaar gebruiken (polyfarmacie). Sommige collega’s zien wel degelijk het nut van werken met het Landelijk Schakelpunt, voor anderen geldt ‘onbekend maakt onbemind’. Zij weten er te weinig van af en zien daarom de meerwaarde niet.

Daarnaast is er een groep die juist meer en meer wil, en niet kan wachten tot er extra functionaliteiten worden toegevoegd.

Stimuleren collega’s

In zijn persoonlijke praktijk gebruikt drs. Bus ook spraakherkenning om patiëntendossiers aan te vullen, bijvoorbeeld voor het ziekteverloop. Hij probeert collega’s te overtuigen van de voordelen van alle ICT‑hulpmiddelen, door ze met hem mee te laten kijken. Zo laat hij zien dat deze hulpmiddelen tijd kunnen besparen als je ze goed gebruikt.

Ook het beoordelen van laboratoriumuitslagen e.d. op de computer scheelt veel tijd. Daar was in het begin ook niet iedereen enthousiast over. “Maar soms moet je mensen een duwtje geven”, zegt drs. Bus. Zo heeft het Laurentius in het verleden besloten dat uitwisseling van dat soort gegevens alleen nog digitaal mocht en niet meer op papier. Dat was even wennen, maar al heel snel wist men niet meer beter. En belangrijker nog: men wilde ook zeker niet meer terug naar de oude manier van werken.

LSP-gebruik en het vragen van toestemming

Het bevragen van het Landelijk Schakelpunt in het ziekenhuis levert bij gemiddeld 80% van de patiënten resultaat op. Dat is al een mooi percentage, maar het kan altijd beter. Daarom liggen bij de balie LSP-voorlichtingsfolders en toestemmingsformulieren. Als de assistente bij het bevragen van het Landelijk Schakelpunt geen gegevens van een patiënt binnenkrijgt, dan vraagt zij, als deze zich voor zijn consult meldt, of hij toestemming wil geven. De politheek van het ziekenhuis verzamelt deze toestemmingen en stuurt ze naar de huisarts en apotheek (of apotheken!) van de patiënten.

Het nadeel is dat niet alle apotheken en huisartsen zijn aangesloten op het Landelijk Schakelpunt. Met name de apotheekhoudende huisartsen blijven achter. Dat is onwenselijk, zeker als het gaat om chronisch zieke patiënten. Daar valt dan ook nog winst te behalen.

Patiënten denken dat het allemaal al geregeld is

Het grappige is dat de meeste patiënten verbaasd zijn als ze om toestemming voor het delen van hun medische dossiers worden gevraagd. De meeste mensen denken dat een specialist in het ziekenhuis sowieso alles kan inzien. Dat vinden ze logisch. “Persoonlijk denk ik dat de privacy-angst die patiënten zouden hebben, wordt overschat, ook door de huisarts en apotheek”, zegt drs. Bus. “Mensen die geen toestemming willen geven zijn zeldzaam in mijn praktijk.”

Belangrijkste voordelen van LSP-gebruik

Door te werken met het Landelijk Schakelpunt wordt de kwaliteit van de zorg beter. Het mondeling bevragen van de patiënt over de medicijnen die hij slikt, kost veel meer tijd. Daarnaast weten patiënten vaak wel waarvoor ze iets slikken, maar meestal niet wat. Dan moet je gaan bellen met huisarts of apotheek en ook dat kost weer tijd. Het enige nadeel is dat het huisartsdossier ook niet altijd 100% volledig is, maar door de combinatie van huisarts- en apotheekgegevens krijg je dan toch een compleet beeld.

Op dit moment is de uitwisseling van medicatiegegevens via het Landelijk Schakelpunt het belangrijkst. Daarmee kun je goede medicatiebewaking doen en het biedt tegelijk een monitoringsfunctie: het voorkomt dubbele voorschriften en interacties met andere medicijnen. Het behandelplan kan beter worden afgestemd op andere behandelingen die patiënt krijgt. Daarnaast kun je bewaken of medicijnen ook daadwerkelijk opgehaald worden.

Als blijkt dat een patiënt niet alle voorschriften afhaalt bij de apotheek, dan kun je de patiënt daarover bevragen. Zo voorkom je ook dat je denkt dat wat de patiënt slikt niet lijkt te werken en dat je dus andere medicijnen gaat voorschrijven. Als je alleen de lopende medicatie zou zien, mis je dat! Daarmee deelt drs. Bus de mening niet van anderen die vinden dat de verstrekkingslijsten via het Landelijk Schakelpunt weinig waarde hebben voor artsen.

Hoewel bij baxterpatiënten de medicatieoverzichten die via het LSP binnenkomen erg uitgebreid kunnen zijn, is het geen probleem om hier doorheen te scrollen. Het maakt direct inzichtelijk wat de vaste medicatie van de patiënt is. “Ons ziekenhuisinformatiesysteem maakt die lange lijsten ‘inzichtelijk. Bovendien: al zou het meer moeite kosten, het is in het belang van de patiënt!” benadrukt drs. Bus nogmaals.

Extra functionaliteit toevoegen is wenselijk

Extra functionaliteit toevoegen aan het Landelijk Schakelpunt is wel wenselijk. Daarmee wordt het gebruik nog aantrekkelijker en interessanter. Het zou fijn zijn als het huisartsdossier op de spoedeisende hulp (SEH) inzichtelijk is, of dat dossiers van de patiënt van andere ziekenhuizen toegankelijk zijn. Het zou logisch zijn dat de huisarts zelf ook in het ziekenhuisdossier kan kijken. Verder is het fijn als ICA-gegevens (intoleranties, contra-indicaties en allergieën) breder inzichtelijk zijn. Ook het uitwisselen van beelden of XDS-uitwisseling tussen ziekenhuizen zou mogelijk moeten zijn. Wat ook ontbreekt is de informatie bij terugverwijzing of inzicht in de voorschriften.

Dat zou het algemene beeld van de patiënt nog verder verbeteren en leiden tot nog betere en efficiëntere zorgverlening.

Meer informatie?

Wilt u weten hoe het Landelijk Schakelpunt in uw ziekenhuis kan bijdragen aan betere zorg? Neem dan contact op met onze VZVZ-implementatiemanager ziekenhuizen, Irma Jongeneel-de Haas, via e-mail jongeneel@vzvz.nl.

« terug